Toen het kabinet Rutte III aantrad hield ik mijn islamitische hart vast. Niet zo vreemd, want er zaten nogal wat partijen bij elkaar die het niet zo op hebben met de multiculturele samenleving.

Waar ligt de grens van de christelijke politiek?

De VVD zette tijdens de verkiezingscampagne immers prominent de ‘eigen’ Nederlandse cultuur op één, en alle andere culturen op twee. Het CDA had bij monde van Sybrand Buma de multiculturele samenleving eerder al mislukt verklaard tijdens de HJ Schoo-lezing. En Gert-Jan Segers van de ChristenUnie vond na al die jaren leven in Egypte dat hij wel genoeg gezien had van de islam. Die is namelijk wezenlijk anders dan zijn christendom.

Tja, en dat zat nu gezellig bij elkaar in een regeringscoalitie. Mijn hoop was gevestigd op D66, omdat Pechtold eigenlijk de enige was die altijd stevig stelling nam tegen Geert Wilders, discriminatie, uitsluiting. D66 was voor de emancipatie van kwetsbare groepen in de samenleving. Maar ja, wat zou Pechtold in zijn eentje kunnen betekenen? Eigenlijk had mijn islamitische hart vrij rustig moeten tikken, want met twee christelijke partijen in het centrum van de macht zouden de basale rechten van mensen, ongeacht cultuur, religie, leeftijd, sociale klasse en gender, goed beschermd moeten zijn. Helaas, de praktijk is weerbarstig.

Bijzonder onchristelijk

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: dit kabinet is bijzonder onchristelijk. Onderwijs wordt nog eens duurder voor studenten, de zorgverzekeraars hebben miljarden op hun rekeningen staan, het grootkapitaal wordt niet aangepakt, integendeel: de manier waarop de afschaffing van de dividendbelasting tegen wil en dank doorgedrukt moest worden is vrij stuitend.

Twee Nederlandse kinderen, Lili en Howick, worden pas op het allerlaatste moment niet uitgezet naar Armenië, dankzij publiek protest, maar ondertussen dreigen 400 andere in Nederland gewortelde kinderen gewoon gedeporteerd te worden. De wapenverkoop aan foute regimes gaat onverminderd door. De gezondheidszorg voor de meest kwetsbaren in de samenleving, zoals de arbeidsgehandicapten en de patiënten die psychische hulp nodig hebben, staat onder druk. Ik kan deze pagina letterlijk vullen met talrijke andere voorbeelden.

Tegenkrachten

Ik vraag me daarbij steeds af: wat doen die christelijke partijen eigenlijk in het kabinet? Dat de neoliberalen van de VVD en de sociaalliberalen van D66 geloven in een persoonlijk maakbare samenleving, die gebaseerd is op verregaande marktwerking en extreme zelfbeschikking, volg ik nog wel.

Maar waar blijven de tegenkrachten uit christelijke hoek? Wat is er barmhartig aan het uitzetten van kinderen? De financiële solidariteit met de minder bedeelden? De compassie met de zwakkeren, de ouderen, de arbeidsgehandicapten? Waar is de hoop en het geloof in de nieuwe generatie studerende jongeren? Waar is de genade, de vergeving als mensen in wanhoop over onze imaginaire lijntjes op een stukje aarde stappen?

Ook christelijke politici moeten pijnlijke compromissen sluiten. Zeker, ze staan niet buiten de rauwe realiteit. Maar het CDA en de ChristenUnie kunnen toch wel meer dingen voor elkaar krijgen, vanuit specifiek christelijke waarden? Christelijke politiek is een politiek van mensen, en niet een van kille cijfers.

Grenzen stellen

Christelijke politiek is een politiek van verregaand broeder- en zusterschap, en niet een van religieus superioriteitsdenken. Waar Buma, Segers en ook Van der Staaij eensgezind optreden tegen de afgodendienaren (de moslims), staan ze opeens niet meer zo sterk zij aan zij als multinationals zomaar twee miljard euro cadeau dreigen te krijgen. Nee, die meloen had men zogenaamd tegen wil en dank door willen slikken.

Christelijke politiek is voor mij een politiek van grenzen stellen: ‘tot hier en niet verder!’ De Bed Bad Brood-regeling van een paar jaar geleden was het gevolg van een politiek van grenzen stellen. De Kerk met een hoofdletter K stond op. De Christen met een hoofdletter C stond op, samen met vele anderen.

Wie geen grenzen stelt, kent ook geen grenzen. Dan ga je een verbond aan met de God van de Markt. Ik geloof niet in die god. Ik geloof in een heel andere god. Ik hoop daarom dat de christelijke partijen op zondag niet alleen Zijn liefde prediken, maar ook in het centrum van de macht Zijn liefde voordoen.

Meer informatie:

  • Deze column is gepubliceerd in Volzin.

Reageren?

Fijn dat u dit artikel heeft gelezen. Wees welkom met feedback, vragen of verzoeken.