Een verhaal over drie mensen die op hun eigen manier liefde, pijn en de angst om verlaten te worden ervaren. Hoe gaan mensen om met het goddelijk oordeel als ze vinden dat ze een zonde hebben begaan?

Een verhaal over felblauwe ogen en de zondige daad

Anna

Anna is een blond meisje van zestien. Ze heeft sproeten op haar wangen en is niet zo groot van postuur. Anna heeft felblauwe ogen en spreekt met een zachte stem. Als ze loopt lijkt het alsof ze op elk moment klaar staat om opzij te stappen mocht er iemand op haar pad komen. Anna heeft een problematisch leven met veel incidenten in de familie.

Vader is alcoholist, werkloos en van de stevige opvoeding. Moeder zit thuis, arbeidsongeschikt. De jonge Anna was vroeger een vrolijk kind, maar nu is ze somber en praat niet meer zoveel. De klappen op haar hoofd hebben haar letterlijk en figuurlijk murw gemaakt. Haar tienerjaren beleeft ze in relatieve eenzaamheid. Anna’s moeder heeft de bescherming van haar dochter opgegeven, het lukt haar niet meer. Ze kan niet meer. Het advies aan haar dochter is nu: “Houd vol, nog twee jaar, en dan mag je uit huis. Dan ben je volwassen en mag je wegvliegen.” Het is een convenant – in stilte ondertekend.

Adrie

Adrie is een oude grijze man, 62 jaar oud. Hij heeft diepe groeven in zijn gezicht en een stevig postuur. Adrie heeft donkerbruine ogen en een bulderende stem. Als hij loopt lijkt het alsof er een trein over het spoor dendert, stoom uit zijn oren, bewegend in een kaarsrechte lijn. Wie zich op zijn baan bevindt, wordt overlopen. Adrie heeft een problematisch leven met veel incidenten in de familie. Zijn vrouw heeft borstkanker, maar niemand spreekt erover. Na de amputatie van haar borst, vlak na de geboorte van Anna, verandert hun huwelijk. Zijn vrouw sluit zich af voor Adrie.

Hij mag haar niet meer aanraken en hij mag haar ook niet troosten. Adrie mag niks meer met haar lichaam, omdat zijn vrouw zich voor haar lichaam schaamt. Ze is verminkt, zegt ze, en ze zal deze last dragen totdat ze een manier vindt om ermee om te gaan. Over een paar maanden wordt uit voorzorg ook haar andere borst geamputeerd. Adrie mag er niet zijn voor haar, en daarom zoekt hij troost in de fles.

Wanneer hij zijn dochter Anna ziet, ziet hij zijn vrouw. Anna is de gave, gezonde versie van haar moeder. Ze lijken als twee druppels water op elkaar. Wanneer ze beide op de bank zitten, ziet hij in een oogopslag wat zijn vrouw toen was en wat zij nu is. Ze was als een roos, warm en kleurrijk. Nu is ze als een cactus, gevaarlijk en stekelig. Als de alcohol naar Adrie’s hersenen stroomt, valt hij uit tegen de kleine Anna. Als hij weer helder kan nadenken, zegt hij tegen zijn vrouw: “Houd vol, wat er ook gebeurt, ik zal er voor jullie zijn.”

Esther

Esther is een arbeidsongeschikte moeder van 52 jaar. Ze heeft sproeten op haar wang en is niet zo groot van postuur. Esther heeft blauwe ogen, maar niet meer zo fel als vroeger. Als ze loopt lijkt het alsof ze op elk moment kan omvallen.

Het verhaal van Esther begint bij de geboorte van Anna. Zij is namelijk een buitenechtelijk kind. Esthers moeder, oud en wijs als zij is, weet ervan en verstoot haar uit de familie. Maar niemand zal weten waarom – zo luidt het oordeel. Esther mag niet meer naar moeders kerk en zij wordt onterfd. “De Heer zal jou niet vergeven, en ik ook niet!” zijn de schurende laatste woorden van moeder.

Niet lang daarna verliest Esther haar eerste borst. Het is een straf van God, precies zoals haar moeder beloofde. De Heer vergeeft de zonde niet. Elke keer als zij Anna aan haar gezonde borst legt, en in de felblauwe ogen van haar dochter kijkt, huilt ze. Het kleine wonder is onschuldig, maar geboren in schuld.

Adrie houdt ze vanaf dat moment op afstand. Wat kan Esther anders doen? Als ze hem zou vertellen over wat ze heeft gedaan, verlaat hij haar. En als zij met hem de liefde zou bedrijven, wordt ze herinnerd aan de verschrikkelijke, zondige daad. Ze kiest voor de persoonlijke kwelling en hoopt dat Anna het volhoudt. “Nog twee jaar, en dan mag je uit huis. Dan ben je volwassen en mag je wegvliegen.”

Op de dag dat Anna op kamers gaat wonen, vertelt ze Adrie eindelijk haar geheim. Hij loopt naar haar toe en omhelst zijn vrouw zoals hij haar nog nooit eerder heeft omhelsd. De fles spat op de stenen vloer in duizend scherven uiteen.

Dit artikel is gepubliceerd in Volzin

Reageren?

Fijn dat u dit artikel heeft gelezen. Wees welkom met feedback, vragen of verzoeken.