Na 9/11 veranderde de wereld. Het debat over de islam barstte in alle hevigheid los. Met als resultaat: de mens verdwijnt naar de achtergrond en we spreken alleen nog maar over zaken die we nooit kunnen oplossen.

Over de drie-eenheid islam, moslims en mensen

Nieuw gevaar

Nu de verkiezingen achter de rug zijn en de politici eindelijk een nieuwe coalitie kunnen smeden, is het tijd om in alle rust, zonder hype, terug te blikken. Ik wil niet terugblikken op de verkiezingen, maar wel op de afgelopen vijftien jaar. Het waren me namelijk de jaartjes wel. Het zogenaamde ‘islamdebat’ barstte in alle hevigheid los na de aanslagen op de Twin Towers in 2001. Die terroristische daad zorgde er niet alleen voor dat er twee torens instortten. Wereldbeelden stortten in.

Het zorgde ervoor dat de relatie tussen kleine individuen en grote landen op scherp kwam te staan. Was de wereld voor ‘nine eleven’ nog redelijk hoopvol gestemd, na die gebeurtenis was er sprake van oorlogsdenken op wereldschaal. Een nieuw gevaar was geboren: de islam. De Westerse samenleving zou worden bedreigd. En in verkiezingstijd werd het keer op keer vertaald als dat onze normen en waarden verdedigd moesten worden. We moesten kiezen: onze samenleving of hun samenleving.

Bronnen van geloof

Op het kleine, individuele niveau merkte ik rond ‘nine eleven’ dat de taal veranderde. Daar waar ik voor ‘nine eleven’ gewoon collega en buurman was, werd ik al vrij snel na ‘nine eleven’ moslimcollega en moslimbuurman. Dat had ik niet zelf bedacht, nee, dat had de samenleving van mij gemaakt. Daar waar ik me voor ‘nine eleven’ niet echt verdiepte in de bronnen van mijn geloof, moest ik na ‘nine eleven’ ineens aan de theologische studie.

Tot mijn grote schrik ontdekte ik dat ik veel vragen niet kon beantwoorden. Hoe zat het nu met terrorisme en islam? De plek van afvalligen? Vrouwenrechten? Is de Koran Gods letterlijke woord en wat staat er in de Koran over christenen en joden? Allemaal vragen die ik met de tijd gelukkig een voor een kon beantwoorden. En weet u wat nu het bijzondere is? De samenleving maakte dankzij al die vragen van mij een overtuigde moslim!

Ja, door alle mediaberichtgeving, debatten en publicaties, leerde ik mijn geloof opnieuw kennen en dacht ik: niet zo gek, die islam. Gelijktijdig zag ik ook dat mensen niet zaten te wachten op theologische antwoorden als het hun angsten en gevoelens van onzekerheid betrof. Dus als mensen mij de vraag stelden: “Wat zegt de Koran over geweld,” vroegen ze eigenlijk of ze mij wel konden vertrouwen. En als mensen mij de vraag stelden: “hoe zit het met vrouwenrechten?” zeiden ze eigenlijk dat ze weinig contact hadden met moslima’s.

Dat was een belangrijk leermoment. Want het grote manco van het islamdebat is wel dat er met de jaren steeds meer gesproken wordt over ‘de islam.’ Een nietszeggend woord dat alle stemmen en kleuren opslokt en verwerkt tot een grote homogene massa.

Verlies

De drie-eenheid ‘islam, moslims en mensen’ is niet meer. Alles wordt nu op een hoop gegooid. Dat is het grootste verlies van deze gepolariseerde tijden. Iemand heeft altijd een naam. Die persoon heeft altijd een vader en een moeder. Een leven. Een mening. Een verhaal vol pijn en vrolijkheid. Als we het label islam plakken op iemand dan zeggen we daarmee dat we de namen niet meer willen kennen. Zelfs het gebruik van het woordje moslim hoeft niet. Want ook in dat woord zitten vooral onze beelden opgesloten.

Dus als wij niet spreken over ‘de islam’, maar over ‘moslims’, dan zijn we nog steeds niet veel opgeschoten. Een prototype moslim bestaat namelijk niet, het is slechts een technische uitdrukking van iemand, een mens dus, die een bepaalde levensovertuiging heeft. “Maar hoe gaan we dan het probleem van de islam aanpakken?” hoor ik u denken. Eenvoudig, we gaan het probleem van mensen aanpakken.

Let op het woordje ‘wij’. Het is een klein woord, maar omvat gelijktijdig de hele wereld. Wie uitgaat van het eenvoudige principe dat zorgen en angsten over islam, en moslims, uiteindelijk gaat over onbekendheid met de mensen achter die grote woorden, zal vanzelf zijn taal aanpassen. Met de islam valt niet te praten. Met moslims ook niet. Met mensen valt heel goed te praten. Niet het volume van de woorden wordt dan leidend, maar de kwaliteit van de woorden.

Dit artikel is gepubliceerd in Volzin.

Reageren?

Fijn dat u dit artikel heeft gelezen. Wees welkom met feedback, vragen of verzoeken.