Als Turkse Nederlander heb ik in de loop der jaren vele labels opgeplakt gekregen. Ik noem er slechts een paar. Zal aan het labellen ooit een einde komen?

Ik ben Turks, maar niet zoals jij wil

Huisarts en schoolplein

Toen ik in 1977 in het kader van de gezinshereniging naar Nederland kwam, was ik vooral kind. Ik groeide redelijk normaal op in een redelijk normaal gezin. Vader werkte. Moeder verzorgde het huishouden. We spraken thuis twee talen, Turks en Nederlands. Dat ging allemaal prima tot ik op een dag oud genoeg was om met mijn moeder mee te gaan naar de huisarts. Om voor haar te tolken. De huisarts irriteerde zich hieraan, dus regelde ik een nieuwe huisarts. Ik ontdekte: ik ben een bi-culturele Nederlander.

Toen ik in 1988 naar de middelbare school ging, was ik vooral puber. Ik was verliefd op elk meisje, wilde reizen ondernemen en daarna weken lang niet thuiskomen. School deed ik er maar bij. Dat ging allemaal prima tot ik op een dag oud genoeg was om te merken dat er bepaalde groepen ontstonden op het schoolplein. Etnische lijnen. Verjaardagsfeesten waren niet zo gemengd als ik dacht. Ik kreeg vragen over mijn afkomst. Ik ontdekte: ik ben een bi-culturele Nederlandse Turk.

Nine-eleven en kerkzalen

Toen ik in 2000 afstudeerde aan de universiteit en gelijk aan de slag ging als ingenieur, was ik vooral werknemer. In 2001 bestond mijn vriendenkring voornamelijk uit witte, Nederlandse collega’s. Op 11 september van dat jaar gebeurde ‘nine-eleven’ en ik merkte dat mij opeens andere vragen werden gesteld. Daar waar ik voor 9-11 collega en buurman was, werd ik vrij snel na 9-11 ‘moslim-collega’ en ‘moslim-buurman’. Ik werd gedwongen om mij te verdiepen in de islam, omdat ik tot mijn schrik besefte dat ik vele vragen over mijn geloof niet kon beantwoorden. Na een korte studie koos ik opnieuw voor de islam, nu uit mezelf. Ik ontdekte: ik ben een bi-culturele Nederlandse Turkse moslim.

Toen ik in 2008 actief werd in de interreligieuze dialoog, en al publicerend veel mensen uit andere religies en culturen op mijn weg vond, was ik vooral bruggenbouwer. Ik werkte samen met joden, met christenen, met lieve mensen, met enge mensen, met medestanders en met tegenstanders. Ik zag al vrij snel dat ik vooral het gesprek in kerkzalen aan het voeren was. En dat de gestelde vragen een kopie waren van de thema’s die Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders cs voortdurend op televisie bespraken. Wantrouwen. Ik moest honderdduizend beelden afbreken. Ik ontdekte: ik ben een bi-culturele Nederlandse Turkse moslim, die wat uit te leggen heeft.

Turkse coup en genetica

Toen ik in 2016 de mislukte militaire coup in Turkije afkeurde, was ik vooral democraat. Een militaire organisatie vertegenwoordigt nooit de wil van het volk, noch is het überhaupt gekozen door het volk. Gelijktijdig weigerde ik, getooid met die democratische pet, president Erdoğan een dictator te noemen. Zo werd ik, en velen met mij, opeens ingedeeld in een pro-kamp en een contra-kamp, al naar gelang de geografische, religieuze en politieke positie van mijn gesprekspartner. Met een dubbele nationaliteit bezit je als vanzelf een dubbele loyaliteit. Ik ontdekte: ik ben een bi-culturele Nederlandse Turkse moslim, die wat uit te leggen heeft én zijn loyaliteit moet bewijzen.

Nu, in 2018, ben ik ogenschijnlijk niet meer in staat om in vrede samen te leven met mijn landgenoten, vertellen witte politici mij. Omdat het genetisch bepaald zou zijn. Volgend jaar vinden we deze uitspraken normaal.

Ik was kind, toen scholier, daarna ingenieur, vervolgens bruggenbouwer, maar nu voor velen verworden tot iemand die de samenleving in gevaar brengt. Vanwege de plaats waar mijn wieg gestaan heeft. Vanwege een heilig boek op een plank. Anderen vanwege hun huidskleur.

In de spiegel kijken

Echter, als ik in de spiegel kijk, dan zie ik nog altijd een kind. Als mijn interreligieuze vrienden mij spreken, zien zij nog steeds een bruggenbouwer. Als mijn opdrachtgevers met mij vergaderen, zien zij elke dag een hardwerkende collega. Inmiddels ben ik vader, echtgenoot en vriend van velen. Soms dreig ik dat vanwege alle labels te vergeten. Ik besef dan: ik zal elke keer weer opnieuw moeten ontdekken wie ik ben. Als ik het even niet meer weet zal ik weer in de spiegel kijken.

En dan kan ik vandaag gewoon weer Turk zijn, maar niet zoals jij wil. En morgen kan ik Nederlander zijn, maar niet zoals jij wil. Overmorgen ben ik Turkse Nederlander. Zoals ik wil. Ik ben alles gelijktijdig en veelzijdig.

Dit gaat niet alleen over mij. Naast mij staat de Marokkaan. En naast hem staat de Surinamer, de Afrikaan, de Bulgaar, de Asielzoeker, de tot Vreemde gemaakte. Naast hem, naast ons, staan vele tot Vreemde en Andere gemaakten. Maar de echte ‘ander’ is de bange mens. De onzekere mens. De veroordelende mens. De werkelijke ‘ander’ is hij die leeft in een cocon van wantrouwen en vooroordelen, vakkundig gevoed door gewiekste politici, publicisten, professoren en predikers.

Contact

Fijn dat u dit artikel heeft gelezen. Wees welkom met feedback, vragen of verzoeken.